Toen de fruitteler ook sap ging maken
In 1861 begon Albertus Schulp als pachtboer op een hectare grond in Breukelen, langs de Vecht. Vijf generaties groeiden er op met fruitteelt. In 1995 besloot Albert Schulp naast het telen ook sap te gaan maken. De kennis van fruit kreeg daarmee een nieuwe bestemming.
Schulp maakt natuurtroebele sappen en gebruikt bij voorkeur Nederlands fruit, vaak van telers uit de omgeving. Het persen en bottelen horen bij hetzelfde verhaal. De makers willen de smaak van het fruit herkenbaar houden, zodat je in het glas ook nog iets van de oogst terugvindt.
De familie verbindt haar werk met zorg voor de omgeving waarin ze al zo lang woont. Ze wekt zelf groene energie op en laat het uitgeperste fruit verder gebruiken voor compost en vergisting. Die keuzes horen bij hun idee van goed omgaan met wat het land geeft. Een fles sap vertelt hier dus over meer dan persen: ook over een familie die bleef zoeken naar een passende toekomst voor haar fruitkennis.




